Nederlands Gereformeerde Kerk Amsterdam Centrum


Studie Christendom en Humanisme

Jan van Helden

God in Amsterdam

In mijn werk in Amsterdam ben ik erachter gekomen voor welke uitdagingen een predikant staat. Amsterdam is de stad van de vrijheid. Je mag hier denken en leven zoals je wilt, wat voor gekke dingen je ook wilt doen of denken. Maar het hele denk- en leefklimaat maakt geloven buitengewoon lastig. God ervaren lijkt hier wel een onmogelijkheid. God is ver teruggedrongen uit het publieke leven, uit zowel de beleving van de ruimte als de beleving van de tijd. Als ik hier vertel dat ik dominee ben, dan reageren de mensen vaak: ach, zijn daar nog altijd mensen mee bezig?

Taylor over secularisatie

Ik ben, om iets van dit proces van secularisatie te begrijpen, a Secular Age van Charles Taylor eens goed gaan lezen. Taylor heeft een overkoepelend verhaal over wat er in de afgelopen vier eeuwen is gebeurd in West-Europa. In de zestiende eeuw was het nog goeddeels onmogelijk om niet in God te geloven, terwijl dat nu wel omgekeerd lijkt. Wat is er intussen gebeurd? Toen ik dit boek las, viel me een van vele andere aspecten op. Het viel me op dat de gedachte van universele solidariteit een belangrijke rol speelde. Daarmee bedoel ik, de gedachte dat de zorg voor mensen niet moet worden beperkt tot een bepaalde groep, clan, familie of volk, maar zich uitstrekt tot elk lid van het menselijk ras. Taylor zelf komt heel vaak met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lukas 10). Volgens Taylor krijgt deze universele solidariteit op den duur een immanent fundament. Dat wil zeggen, er ontstaat een levensbeschouwelijke mogelijkheid waarin deze universele zorg voor andere mensen geen religieus fundament behoeft. God is niet langer nodig om universele zorg te handhaven. Deze solidariteit krijgt een plek in wat Taylor ‘exclusief humanisme’ noemt. Een humanisme dat zich niet beroept op een goddelijke werkelijkheid. Daardoor zien we in West-Europa allerlei mensen die gedreven worden door christelijke normen en waarden, maar ze hebben het geloof in God vaak achter zich gelaten. Dit gegeven als zodanig plaatst de vraag naar de relevantie van het christelijk geloof op de agenda. Blijkbaar is het christelijk geloof als morele bron voor naastenliefde overbodig geworden.

Christelijke twijfel

Intussen laat deze ontwikkeling zich ook bij christenen gevoelen. De beleving van de werkelijkheid wordt ook bij christenen bepaald door deze universaliteit. Christenen twijfelen zelf aan de noodzaak van hun geloof. Bovendien, dit perspectief maakt in toenemende mate een aantal klassieke leerstukken moeilijk te verteren. Hoe verhoudt zich het idee dat elk mens van waarde is met de klassieke notie van erfzonde? Hoe kan God die ons opdraagt om in onze zorg geen anderen buiten te sluiten, zelf zijn schepselen tot de hel veroordelen?

Exclusief humanisme

Taylor lijkt te suggereren dat de opkomst van dit exclusieve humanisme maakt dat de klassieke theologie een toontje lager moet zingen. De totale verdorvenheid van de mens moet niet zo sterk aangezet worden, want die kan de gewone menselijkheid te bedreigen. We mogen niet zeker zijn van een bewoonde hel, of van een goddelijk besluit tot verwerping. We kunnen over verzoening alleen in de Bijbelse metaforen spreken, en die moeten niet worden uitgewerkt tot volgroeide systematische theorieën. Taylor verstaat dus dit exclusief humanisme als een correctie op het klassieke christelijke geloof. God heeft zelfs dit ongelovige humanisme providentieel gebruikt om het christendom klaar te maken voor de toekomst. De deelwaarheid van dit humanisme moet worden verwerkt, wil het christendom toekomst hebben in de moderne tijd, aldus Taylor.

Werk van de Geest?

Taylors verhaal is even indrukwekkend als breed. Zijn boek is een tour de force door heel de westerse ideeëngeschiedenis. De complexiteit van dit verhaal laat zich niet een twee drie grijpen. Het is daarbij verleidelijk om theologisch met zijn wijsgerige analyse aan de haal te gaan. Je zou dan het exclusieve humanisme kunnen opvatten als Gods werk in de geschiedenis van West-Europa. God is immers bron van alle goede dingen. God moet dan ook bron zijn van dit humanisme. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het werk van de heilige Geest. Al deze vruchten van Christendom en in het verlengde ervan de vruchten van de verlichting zoals democratie, rechten van de mens, zouden het resultaat zijn van de werking van de Geest. Mijn vraag is hoe deze ontwikkeling dan als een werk van de Geest moet worden verstaan. Hoe is de verhouding tussen Geest en cultuur? Kan de Geest wel werkzaam zijn buiten de kerk? Zo ja, kan hij ook aan het werk zijn in structuren? In ideeën? Kan de Geest wel werken in ongelovige mensen? En wat betekent het als de Geest inderdaad zo werkt als je aan de hand van Taylor zou kunnen suggereren? Wat betekent dat voor onze verhouding met de gereformeerde belijdenis? Jagen we daar dan meer mensen mee de kerk uit, en zijn er inderdaad correcties nodig? Of neigt de katholiek Taylor misschien te veel zijn oor naar de moderniteit? Naar een uitspraak van de theoloog Noordmans: Je kunt wel een loopplank willen uitleggen naar de moderne wereld, maar de kans is aanwezig dat er meer mensen over die loopplank naar buiten lopen dan naar binnen.

Op zoek naar dogmatische spreekregels...

Ik ga in mijn proefschrift op zoek naar dogmatische spreekregels voor het werk van de Geest in de cultuur, en dan met name die van West-Europa. Hoe kunnen we spreken over dit werk van de Geest? Welke regels gelden ervoor? Deze regels zouden ons kunnen helpen, om niet domweg de gereformeerde belijdenis te herhalen, maar tegelijkertijd ook niet het exclusief humanisme als de noodzakelijke volgende fase in de geschiedenis te beschouwen.

...in de systematische theologie

De zoektocht naar algemeen geldende spreekregels is een taak van de systematische theologie. De systematische theologie is de grammatica van het christelijk geloof. De theologie legt uit wanneer er nog betekenisvol christelijk gesproken wordt, en wanneer niet meer. Deze theologie is natuurlijk net zo goed een zoektocht en wat blijkt: ook op het gebied van de theologie zijn de meningen uitermate verdeeld. Ik gebruik drie theologen die heel verschillend denken over de verhouding tussen Geest en cultuur. Ik ga met hun hulp op zoek naar geschikte criteria voor de beschrijving van het werk van de Geest in de West-Europese cultuur. Met behulp van die regels kunnen we dan verhalen als dat van Taylor toetsen. Daarmee zijn we hopelijk beter toegerust om het evangelie tegen de achtergrond van dit humanisme te brengen, namelijk wat het hier en nu betekent om Jezus te volgen, te geloven en te gehoorzamen.

Jan van Helden, januari 2018